Prachtige landschapsfoto’s maken? 10 tips voor beginners

Ben jij begonnen met landschapsfotografie? Wil jij die prachtige landschapsfoto’s maken? Op internet zie je de mooiste landschapsfoto’s voorbij komen. Je zal ongetwijfeld met de camera op pad zijn geweest en thuis gekomen zijn met een hoop vragen. Hoe maak je nou die ‘’prachtige’’ landschapsfoto’s? Om je landschapsfoto tot een succes te laten komen gebeurt er een hoop buiten het fotograferen om. Na deze blog heb je 10 tips die je moet weten voor je aan de slag gaat.

  1. Begrijpen van de belichtingsdriehoek

Sluitertijd, diafragma en iso. De drie factoren die invloed hebben op de belichting van jouw foto. Om te beginnen met landschapsfotografie hoef je deze niet meteen uit je hoofd te leren. Wel kan het je helpen dat je enigszins begrijpt want het is. Het zijn de drie instellingen die invloed hebben op de belichting van jouw foto.

  • Sluitertijd

Hoe sneller de sluitertijd, hoe minder licht gefotografeerd wordt. Snellere sluitertijden, bevriezen beweging. Langzamere sluitertijd, vervagen beweging.

  • Diafragma

Klein diafragma: Hoe kleiner het diafragma (hoger getal), hoe minder licht er fotografeert wordt. Scherptediepte van voor tot achter neemt toe. (Alles scherp)

Groot diafragma: hoe groter het diafragma (lager getal), hoe meer licht er gefotografeerd wordt.

Scherptediepte van voor tot achter neemt af. (Minder scherp, denk aan wazige bokeh achtergronden)

  • Iso

Iso zorgt voor gevoeligheid van licht die je sensor binnen laat.Oftewel: het bepaalt de lichtgevoeligheid van je sensor. Let op: de iso zorgt niet voor meer licht op de sensor zoals bij de sluitertijd en diafragma. De iso is als het ware een versterker van het licht. Zodra je de iso hoger zet zul je merken dat je foto lichter wordt, het nadeel is dat er extra ruis optreedt. Nu is dat bij moderne systeemcamera’s veel minder dan oudere camera’s. Adobe Lightroom beschikt over fantastische ruisreductie.

Mocht dit voor jou nog een stap te ver zijn om handmatig in te stellen. Gebruik dan de sluitertijdvoorkeuze (vaak aangeduid als de S-stand, bij Nikon en Sony of Tv bij Canon). Of gebruik de diafragmavoorkeuze (A-stand bij Nikon en Sony of Av-stand bij Canon). Maak een keuze tussen deze twee voor wat de voorkeur heeft voor jouw resultaat. Scherptediepte of bewegings(on)scherpte.

2. Locaties voor landschapsfotografie
Mooie locaties is elke landschapsfotograaf naar op zoek. Niet elke locatie is de beste locatie voor landschapsfotografie waaruit jij voldoening zal halen. Denk eens na wat voor soort landschapsfoto’s je wilt maken. Welk landschap past daar het best bij? Het kan van alles zijn: mistige polders, dynamische wolken luchten boven de kust, gebieden die bestaan uit bossen? Wat de beste locatie is bepaal je uiteindelijk zelf. Maak een lijst voor jezelf met locaties en weer omstandigheden die daar bij passen. Besteed ook aandacht aan de stand van de zon. Hiervoor zijn handige apps te gebruiken zoals Photopills.

3. Weersomstandigheden
De weersomstandigheden en de daaruit volgende lichtomstandigheden zijn enorm bepalend voor jouw eindresultaten. Als ik naar mezelf kijk waarom een foto niet geslaagd is, heeft dat bijna altijd te maken met de weersomstandigheden. De weersomstandigheden zijn voor mij als landschapsfotograaf alles bepalend. Een polder met een egaal grijze lucht heeft een hele andere sfeer dan een weidse polder met schapen wolken. De kust met een strak blauwe lucht, heeft een hele andere sfeer dan de kust met een wisselvallig weertype.

4. Plan je fotosessie
linkt saai als ik zeg: plan je fotosessie. Maar het is enorm belangrijk. Op de bonnefooi op pad gaan, is ontspannend, handig om locaties beter te bekijken, maar als je die ‘’beste landschapsfoto’’ wilt maken, kom je vaak teleurgesteld thuis. Dat heb ik zelf ook. Als je met de voorgaande twee stappen al aan de slag bent geweest heb je een idee waar en wat je wilt fotograferen. En met welke omstandigheden. Komen de gewenste weersomstandigheden er aan? Kun je op pad om te fotograferen? Dan is dit het moment om naar jouw locatie te gaan! Ik hoop niet dat je nu verzucht deze blog leest. Geloof me, je gaat hier landschapsfotografie voelsprieten van ontwikkelen. Het wordt een tweede natuur om te weten wanneer wat interessant is voor jou om te fotograferen.

5. Neem de tijd
Landschapsfotografie ben ik begonnen omdat ik rust in mijn hoofd wilde. Een strikte voorwaarde voor mij om rust te behouden is de tijd nemen voor wat ik doe. Zorg er voor dat je ruim de tijd hebt op de locatie waar je gaat fotograferen. Mislukte fotosessies zijn bij mij vaak te danken aan te weinig tijd nemen. Als voorbeeld: wil je het moment van het gouden uur en de zonsondergang fotograferen? Zorg er voor dat je zeker een uur voor het gouden uur op je locatie bent. Dus twee uur voor zonsondergang, het meest ideale vind ik drie uur. Zo heb je ruim de tijd om op onderzoek te gaan in het landschap.

6. Begrijp het licht
Licht is het belangrijkste ingrediënt van fotografie. Tegenlicht, zijlicht, strijklicht, frontaallicht, (in de rug) en diffuuslicht,  zijn de bekendere in de landschapsfotografie. Onderzoek tijdens het fotograferen wat deze verschillende invallen van het licht met je foto doen. Je kunt ook foto’s analyseren van andere landschapsfotografen. Stel jezelf deze vragen: 1. Wat spreekt je aan op de foto als het gaat om kleur en licht? Welk lichtinval is dit?

Tegenlicht: komt recht van voor. Het contrast is groot wat zorgt voor silhouetten, welke zwart zijn. Randen en omlijnen van het silhouet worden vlijmscherp. Een HDR-bracket kan nodig zijn indien je geen zwarte of te donkere silhouetten wilt. Let in de nabewerking op in de mate van de overgang van licht naar donker.

Zijlicht: het landschap en onderwerp wordt belicht van de zijkant. Om het eenvoudig uit te leggen zonder wiskundige graden hoeken te noemen: Als jij recht op jou te fotograferen landschap kijkt, valt het licht op je schouder/zij. Diepte wordt benadrukt, het zorgt voor een geleidelijke overgang tussen direct licht en schaduw op jouw onderwerp. Let eens op de kleuren en texturen in het landschap, deze worden goed benadrukt waardoor je je foto er uit kunt laten knallen. (Persoonlijk mijn favoriet).

Achterlicht: Het licht valt in je rug waardoor schaduwen lang worden en kleuren ogen neutraler. Omdat de schaduw naar achter valt, zul je diepte sneller missen. Dit kun je oplossen met je compositie.

Diffuuslicht: dit is het licht dat je hebt op bewolkte dagen of als zon achter een wolk verdwijnt. Vaak wordt vergeten dat je in deze situatie ook te maken hebt met tegenlicht, zijlicht en achterlicht. Dit soort licht is voor bosfotografie erg aangenaam, ook overdag. Dit omdat zodra zonlicht door het bladerdek valt het beeld snel onrustig wordt. Met dit type licht kun je in het landschap makkelijk details vastleggen in lichtere en donkere delen.

Tip: is de lucht egaal grijs? Vul je compositie maar met 20% van de lucht. Laat het landschap zoveel mogelijk het werk doen in de compositie.

7. Verbeter je compositie
Naast overige omstandigheden is compositie enorm belangrijk voor een sterke landschapsfoto. Mooi licht is leuk, maar mooi licht zonder sterke compositie doet afbreuk aan de foto. Sterker nog: het kan zo zijn dat de foto beter de prullenbak in kan. Besteed hier dan ook aandacht aan tijdens het fotograferen en leer er veel over. Analyseer beelden van andere (landschaps)fotografen: wat spreekt je aan in deze compositie? Je zult merken dat je er direct anders naar gaat kijken. Compositie is een breed begrip en niet te verwoorden in een enkele paragraaf wat goed of fout is. Ik spreek liever van: wat wel of niet werkt voor jou.

Wel zijn er een aantal handvaten die je compositie voor landschapsfotografie gauw beter maken:

  1. Vermijd contrastrijke elementen in de randen van de foto
  2. Fotografeer je een onderwerp? (Bv een boom) geef deze genoeg ruimte en plaats deze niet te dicht op naar de kaders van je foto
  3. Balans in de foto. Zorg er voor dat er niks is dat veel meer opvalt dan de rest van de foto. Dit kun je eenvoudig checken door je foto op de kop te bekijken (180graden draaien). Op de kop zal je oog direct gaan naar wat het meeste opvalt. Dit staat dan niet in verhouding tot de rest van de foto.
  4. Zie de compositie als een weegschaal. Eigenlijk een vervolg op stap 3. Als er een contrastrijk (zwaar) element in de linker zijde staat, is dat niet in verhouding tot de rechterzijde? Kijk dan hoe je dit evenwicht terug kan brengen.
  5. Kleine stapjes, groot verschil: heb je een compositie gevonden? Zet eens een stap op zij, naar achter of naar voor. Experimenteer hoe dit verandering geeft in de foto. Vaak is het effectiever dan rondrennen door het veld.
  6. Geef diepte: dit krijg je door lagen te gebruiken in een foto. Een voorgrond, middenstuk en achtergrond. Zoals de bekende regel van derden.
  7. Maak keuzes: wat wil je wel of niet op de foto? Less is more.

8. Ken je materiaal
Staar je niet blind op de duurste camera’s en lenzen. Met de duurste spullen kun je foto’s verpesten en met de simpelste spullen de beste foto’s maken. Als jij weet hoe je camera werkt, wat je met je lenzen kan doen en feeling krijgt over het licht is de eerste en snelste stap naar betere foto’s.

9. De perfecte foto bestaat niet
Fotografeer met passie vanuit jezelf, vind jouw unieke visie. Laat je niet leiden door wat je ziet bij anderen, wat goed scoort of want een ander er van vindt. Als je vanuit intrinsieke motivatie fotografeert zal dat je betere foto’s opleveren. Begrijp me niet verkeerd: maak zeker foto’s die goed scoren. Mistige ochtenden, populaire locaties, spectaculaire luchten zijn meestal mooi. Wat ik je mee wil geven: begin bij jezelf. Waarom fotografeer je? Als je je foto’s niet zou kunnen delen, zou je dan ook vroeg op staan? Zo hou je deze prachtige hobby, passie en bezigheid misschien wel levenslang vol. Iedereen heeft een andere manier van kijken maar we kunnen snel afgeleid zijn door wat een ander doet. Een valkuil kan zijn dat je hierdoor bewust of onbewust door wordt (af)geleid. De goede platen komen vanzelf, heb geduld en geniet er van.  Klaar zul je niet zijn met fotografie, tenzij je stopt.

10. Leer van andere fotografen
Het staat misschien haaks op punt 9. Maar je hoeft het niet allemaal zelf uit te zoeken. Leer van de kennis van anderen, volg workshops (dat doe ik zelf ook aantal keer per jaar). Er is veel wat je niet weet en er is altijd veel nieuws te ontdekken. Wat je meeneemt uit een workshop zal je op je eigen manier gaan toepassen. Kijk ook naar foto’s van landschapsfotografen en probeer wat je aanspreekt na te doen, dit kan je helpen om handvaten in je proces of bepaalde technieken als je beginnend bent. Gaande weg zul je je eigen weg banen. Het leren van nadoen is rationeel, vanuit jezelf fotograferen gaat op gevoel.

Aan de hand van de tips zul je merken dat fotograferen niet alleen om techniek gaat. Het landschap, de weercondities, de fotograaf (jijzelf), cameramateriaal en instellingen van de camera hebben een rol.

Over welke specifiek onderwerp wil je meer kennis krijgen? Belichting, scherptediepte, camerainstellingen? Laat het mij weten voor een volgende blog.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deel mijn tips: